Tijdens de eerste ronde geeft elke kandidaat een recital van ongeveer 20 minuten met werken of fragmenten van werken die de jury uit de voorbereide werken kiest.
Elke kandidaat moet het volgende repertoire voorbereiden:
1. Vijf etudes, waarvan een van Chopin, een van Liszt, een van Debussy, een van de etudes van Prokofiev, Rachmaninov, Rautavaara, Skryabin of Stravinsky, en een van de etudes van Bartók, Dusapin, Ligeti, Messiaen of Ohana.
2. Een prelude en fuga uit ‘Das Wohltemperiertes Klavier’ van J.S. Bach.
3. Een werk naar keuze, dat niet opgenomen is in het programma van de andere rondes.
Na de avondsessie op zaterdag 8 mei worden de 24 halve finalisten bekend gemaakt.